Nog maar één week geleden gingen we aan het werk in een totaal andere werkelijkheid. Op vrijdag wensten we elkaar nog een prettig weekeinde. Op donderdag 12 maart was er weliswaar een waarschuwing van het kabinet uitgegaan, maar dat ging over bijeenkomsten van groepen groter dan 100 mensen en werd als advies meegegeven om ‘thuis te werken als dat kon’. Een vriendelijke, vrijblijvende aanbeveling, zo leek het toen nog.

Maar die zondag al bleken ook de scholen dicht te blijven en ging de horeca per direct op slot. En maandagavond hadden we de eerste televisietoespraak van onze eigenlijk premier sinds 1973. En werd duidelijk: er is nu iets heel groots gaande.

En sindsdien buitelen de vragen door onze hoofden.

Iemand die ik sprak, zei: “Het voelt enorm groot. Maar wat is dat ‘grootse’ dan precies? Ik voel me immers gewoon goed. En wat is nu het juiste om te doen? Of te laten? En wat treffen we aan als dit ‘voorbij’ is?  En wanneer is dat dan ongeveer?

Eigenlijk ben ik sinds maandag vooral in verwarring.

Want misschien is het wel waar dat mijn afdeling met allerhande technologische middelen toch min of meer kan doorwerken. Maar voor mijhet is óók waar dat ik heel onzeker ben over hoe het met de mensen gaat, omdat ik ze niet kan zien. Daar kan ik natuurlijk naar vragen, maar moet ik dat eigenlijk wel doen? Of willen mensen nu juist een beetje met rust gelaten worden? Dat wat ik bedoel als aandacht, toch wordt opgevat als bemoeizucht?

En ik heb collega’s die nu ontdekken wat er allemaal nog wél kan. Ik had nog nooit van Zoom gehoord, en nu lijkt het wel of ik daar heel enthousiast over moet worden. Natuurlijk is het is fijn dat er zoveel nog kan. Maar waarom voel ik me op momenten dan toch zo somber? Stappen we niet te gemakkelijk over naar wat nog beschikbaar is? Benutten we een kans, of is het stiekum toch een strohalm?

En in onze directie zijn er collega’s die al zo zeker weten wat dit ‘gaat opleveren’. Dat we nieuwe manieren ontdekken, en dat we nu eindelijk creatief worden zónder peperduur inspiratieseminar. Ook dat is allemaal waar en lijkt het heerlijk, hoe kunnen ze na een week al zo uitgesproken zijn over wat dit betekent?”

Veel mensen hebben vragen over wat nu eigenlijk ‘het goede’ is om te doen, en merken dat ze daar niet zo eenvoudig uitkomen. Alles beweegt nog veel te veel.

En vooropgesteld: ik weet dat ook niet.

Ik weet wel dat het in tijden van grote verwarring goed is om juist dáár afstemming over te zoeken. Om een aandachtig gesprek te hebben. Zonder tips, trucs of adviezen, maar gericht om de betekenis die dit nu voor je heeft, te verkennen.

Als je dat gesprek wilt voeren, dan hoop ik dat je je vrij voelt om contact op te nemen. Via mail of telefoon. Om te bespreken wat dit te betekenen heeft. En daarmee ook mij en ons te helpen hetzelfde te doen.

Alle goeds!

Aart Goedhart